Waarom de naam Dimensions?

De eerste woorden die God sprak zijn: ‘Er moet licht zijn’ (Gen. 1:3). Hij zet eerst het licht aan en schept vervolgens een wereld vol kleuren, leven, hoogte, breedte en diepte. Kortom: allerlei dimensies (Gen. 1 en 2, Job 38:5). Als hoogtepunt van Zijn schepping maakte God de mens als Zijn evenbeeld (Gen. 1:27). De mens lijkt op een bepaalde manier op God en weerspiegelt Hem op aarde.

God zelf is oneindig groot en machtig. Je zou kunnen zeggen, Hij heeft oneindig veel oneindige dimensies. In de Bijbel wordt die grootheid Gods ‘heerlijkheid’ of ‘majesteit’ genoemd (bijv. Ex. 24:17, Ex. 33:20-23, Num. 14:21, 1 Kon. 8:11, Ps. 19:1).

Na de zondeval is het voor de mensen niet meer mogelijk om God in al zijn heerlijkheid te zien. De mens moest, als evenbeeld van God, heersen over de dieren (Gen. 1:26 en 28). Maar hij laat een dier over hém heersen, de slang (Gen. 3). Zo is het donker geworden en is de mens niet langer in staat rechtstreeks contact te hebben met God. Op zoveel vlakken raakt de boel verstoord. Dat zien we nog dagelijks om ons heen. Lichamen die aftakelen, relaties die stuk gaan, mensen die elkaar wat aandoen. Gebrokenheid.

Toch laat God de mens niet achter in die duisternis. Hij zoekt hem steeds weer op. Direct al nadat het mis is gegaan roept Hij: Mens waar ben je? (Gen. 3:9). God is er wel, maar Hij is niet meer zo zichtbaar als in het paradijs. Je zou dit de vierde dimensie kunnen noemen. God is wel aanwezig op aarde, maar Hij verbergt zich tegelijkertijd.

Het Oude Testament vertelt hoe God de mens blijft opzoeken. Het vertelt hoe God manieren zoekt en vindt om het licht te laten schijnen. Heel letterlijk zien we dit bijvoorbeeld in de vuurkolom (Ex. 13:21) en tijdens de plaag van duisternis in Egypte. In heel Egypte was het donker, maar in Gosen was het licht (Ex. 10: 21-23). Even later, als Mozes de heerlijkheid van God ziet, weerspiegelt het op zijn gezicht (Ex. 34:29-35). In de tijd van het Oude Testament was het moeilijk voor het volk Israël om iets van God te zien; om iets van die vierde dimensie te zien.

Dit kwam o.a. door de afgoderij. We zijn gemaakt naar Gods evenbeeld en weerspiegelen Hem als we Hem aanbidden. Maar zo weerspiegelen we ook de afgoden wanneer we hén aanbidden (Ps. 115:4-8). Je zou kunnen zeggen: ‘We become what we worship’. Afgoden hebben ogen, maar kunnen niet zien; ze hebben oren, maar horen niet. Door de dienst aan de afgoden raken we het zicht op God kwijt. Misschien herken je dit in je eigen leven. Wanneer je hoofd en je hart gevuld zijn met zaken die je bij God vandaan houden, kun je het zicht op God verliezen. Je ziet niet meer wat Hij doet en gedaan heeft. Je weerspiegelt niet langer God, maar de dove en blinde afgoden. Zo wordt je doof voor Gods stem en blind voor wat Hij doet.

Maar, zoals gezegd, laat God ons niet in de duisternis achter. Gods liefde voor de mens, voor jou, was zo groot dat Hij, koste wat het kost, ons uit de duisternis wilde halen (Joh. 3:16). Met de komst van Jezus breekt de hemel letterlijk open. In Jezus raakt de hemel de aarde. Jezus brengt licht in de duisternis (Joh. 1:4). Jezus laat ons de vierde dimensie zien. Doordat Hij ons bevrijdde zijn we niet meer gevangen in zonde en duisternis maar mogen we het leven leven in al zijn volheid, in alle dimensies. Jezus geeft vergeving, herstel en genezing in alle dimensies van ons leven. We zijn niet langer doof en blind, zoals de afgoden, we mogen Jezus steeds meer gaan weerspiegelen. God verandert ons steeds meer naar het beeld van Christus (Rom. 8:29, 2. Kor. 3:18).

Om te groeien in geloof heeft God ons aan elkaar gegeven. De relatie met andere gelovigen is geen extra optie, maar noodzakelijk voor als je Jezus wilt volgen (1 Kor. 12). We hebben elkaar nodig. We zijn allemaal verschillend. Die verschillen zijn soms leuk en soms vervelend. Maar in Efeze 3 schrijft Paulus dat we juist door die verschillen meer van Gods liefde kunnen ervaren. Dan zullen we samen met alle heiligen alle dimensies van Gods liefde leren kennen (Ef. 3:17-19).

Met de komst van Jezus is er dus veel veranderd. Er is al veel zichtbaar van die vierde dimensie. Toch hebben we nog te maken met de gebrokenheid van de schepping en onze eigen zonden. We leven in het koninkrijk van God dat doorbreekt, maar nog niet compleet is. Er is nu al genezing, maar nog niet iedereen wordt genezen. Er is nu al herstel, maar er gaan nog steeds dingen stuk. We zijn vergeven, maar zondigen nog steeds. We kijken uit naar het moment dat Jezus terugkomt om alles nieuw te maken. Straks komt God bij ons wonen, en kunnen we hem in al zijn heerlijkheid, in al zijn dimensies, zien (Openb. 21:3).

Alles is mogelijk bij God. De enige grens van de eindeloze dimensies is Hijzelf.

Ik ben de alfa en de omega, de eerste en de laatste, het begin en het einde’ (Openb. 22:13).

Bij stichting Dimensions geven we aandacht aan al deze dimensies:

We gaan de diepte in: spreken en nadenken met kinderen en jongeren over wat hen bezighoudt en wat het geloof voor hen betekent.

  • We gaan de breedte in: mensen ontmoeten en relaties opbouwen.
  • We gaan de hoogte in: God alle eer geven die hem toekomt.

En we hebben aandacht voor de vierde dimensie die in Jezus zichtbaar is. De hemel raakt de aarde. Jezus liet ons niet als wezen achter, maar is ook vandaag bij ons (Joh. 14: 16-18). Daarom willen we oog hebben voor alles wat Hij vandaag in en om ons heen doet.